E-Boeken

Alle 16 resultaten

  • Als ik mij niet vergis…..

    Sire….(III)

    ‘Souvenirs’ van  J.H.F.graaf Dumonceau, opperceremoniemeester en grootmeester van koningin Wilhelmina

    De titel van dit boekje verwijst naar een veel voorkomende uitspraak van J.H.F. (Felix) graaf Dumonceau, van 1919 tot 1946 opperceremoniemeester en grootmeester van H.M. de koningin. Hij begon zijn loopbaan aan het hof van koning Willem III in 1890 als ordonnansofficier en werd in 1904 benoemd tot adjudant van koningin Wilhelmina. Hij was van de derde generatie der Dumonceau’s die de familie van Oranje diende en tevens de laatste van zijn geslacht in Nederland. De Dumonceau’s waren uiterst eenvoudige lieden: geen landgoederen, geen familiekapitaal noch vermogen. De familie woonde in betrekkelijk kleine huizen op loopafstand van het paleis Noordeinde: Kanaalstraat, Frederikstraat, Nieuwe Schoolstraat, Mauritskade. De grafelijke titel ging gepaard met een gebrek aan vermogen, een uiterst bescheiden en teruggetrokken levenswijze en een onaantastbare trouw aan het Huis van Oranje. Kortom, zij voldeden in alle opzichten aan het gewenste profiel van de Nederlandse hoveling.

    J.H.F. graaf Dumonceau begon zijn loopbaan in het leger als soldaat, had de K.M.A. te Breda niet doorlopen waardoor bevorderingen vaak lang op zich lieten wachten. Toch bereikte hij uiteindelijk de rang van luitenant-generaal, zij het à la suite. Mede dankzij de hoge positie van zijn vader aan het Hof en dankzij de traditie werd hij in 1890 opgenomen in de hofhouding en genot hij later de onwankelbare bescherming van koningin Wilhelmina. De koningin benoemde hem na zijn pensionering in het leger, in 1919 tot opperceremoniemeester en korte tijd later tot grootmeester, hoofd van het Civiele Huis van H.M. de koningin.

    Dumonceau was vaak ziek en beide charges bleken – mede door de afstand Den Haag- Bennebroek- al spoedig een te grote belasting. Al sedert ongeveer 1923 werden zijn taken als grootmeester in de praktijk waargenomen door de dienstdoende grootmeester, de stalmeester R.F.C. baron Bentinck die onder meer alle audiënties moest regelen. Bij enerverende gebeurtenissen zoals de organisatie van de begrafenis van koningin Emma in 1934 wist Dumonceau het hoofd koel te houden: ….’met de regeling der begrafenis heb ik ( jhr A.C.D. de Graeff) gelukkig geen andere bemoeienis dan voor zooveel de vreemde diplomaten betreft. Die handen echter den gehelen dag aan de telefoon, vragen het naadje van de kous, en van het Hof een opeenvolging van orders en contra-orders. Ik hoop dat alles vlot zal lopen, maar houd mijn hart vast als ik de verwarring zie die dezer dagen ten paleize Noordeinde heerschte. De oude Dumonceau is nog het meeste bij, maar hij wordt oud. René van Hardenbroek is niet oversnugger en De Smeth is sinds de zware ziekte van zijn vrouw en complete neurasthenicus geworden. Er is ook geen éénheid: ik krijg instructies via Van Tets rechtstreeks van Hare Majesteit, verder aanwijzingen van Dumonceau en van Hardenbroek…’.

    Dumonceau leefde uiterst bescheiden en teruggetrokken, had veel te danken aan de gunsten van koningin Wilhelmina en was bang er een eigen mening op na te houden. Zo hij die al een had zou hij wel oppassen ergens een opinie te laten vallen. Hoe stelde alles in het werk om te voorkomen dat de koningin boos op hem zou worden, aarzelde eeuwig en kon geen beslissingen nemen:…’Nu telefoneert Dumonceau zooëven aan Snouck, dat Hare Majesteit aan geen der door U voorgedragenen eene onderscheiding wil geven, doch wel aan een door U niet genoemd persoon, wiens naam en qualiteit door de telefoon onverstaanbaar waren. Eenig motief voor deze wijziging in de aanvankelijke plannen werd mij niet opgegeven: Dumonceau beweerde zich daarover niet te mogen uitlaten! Had trouwens zonder eenig protest de beslissing van Hare Majesteit aangehoord en overgebracht’.

    Ongetwijfeld om pragmatische redenen wilde de koningin na de oorlog afscheid nemen van haar trouwe dienaar, zij wilde haast maken met de vernieuwing: ‘ de koningin wilde na de bevrijding jonge mensen om zich heen hebben. Voor sommige van de leden van de hofhouding die tijdens de bezetting in Nederland gebleven waren kon deze wens tot pijnlijke gevolgen leiden. Oude dienaren van de Kroon hadden de bezettingstijd doorgebracht in de hoop na de bevrijding de koningin weer te kunnen dienen. Maar zij wilde, niet omdat deze personen iets onwelvoeglijks gedaan zouden hebben, maar omdat zij tot de oude garde behoorden, deze oude dienaren – althans enkelen onder hen – liever opzij zetten. Over één van die personen vroeg zij mij eens hoe zij ten aanzien van die persoon moest handelen. Aangezien de persoon waarover het ging al boven de tachtig was, zei ik: ‘Majesteit, hij is al over de tachtig’, kan er niet even gewacht worden? ‘. De koningin keek mij boos aan en zei: ‘Mijnheer Kohnstamm, weet U dan niet dat de zo-en-zo’s allemaal negentig worden?’.

    Josef Henri Felix graaf Dumonceau was 56 jaar in dienst van het Koninklijk Huis, 21 maal leidde hij de koningin bij de opening van de Staten-Generaal in de Ridderzaal, maar een groot stempel op de zaak heeft hij nooit gedrukt. Mede daarom is dit werkje ‘Als ik mij niet vergis..’ niet belangwekkend maar enkel te beschouwen als ‘enige grepen uit de oude doos’.

    10,00 In winkelmand
  • Boven gezeten en thee gedronken…

    Een Haagse ‘petite histoire’

    Herinnering aan mevrouw H.A. Groeninx van Zoelen – van de Poll, dame du palais van koningin Wilhelmina

    Boven gezeten en thee gedronken is het verhaal over drie generaties Van de Poll, opgesteld door drie auteurs: M.G. Emeis, aan wie de titel is ontleend, over Willem Gerrit van de Poll en Agneta Clasina van Stralen, sedert 1854 dame du palais van koningin Sophie; R.W.A.M. Cleverens onder de titel ‘mij bleef niets bespaard’, over hun zoon, eveneens Willem Gerrit van de Poll en diens jonge weduwe Johanna Adolphine Deutz van Assendelft en last but not least, E.C. baron van Heeckeren van Molecaten over zijn groomoeder, Agneta Hendrika Groeninx van Zoelen- van de Poll, dochter van laatstgenoemd echtpaar en van 1899 tot 1933 dame du palais van koningin Wilhelmina.

    Eric Cecil baron van Heeckeren van Molecaten beschrijft op kostelijke wijze zijn herinneringen aan zijn grootouders en hun kinderen en kleinkinderen in hun zo veilige en gesloten wereld in het ’s-Gravenhage van voor de Eerste Wereldoorlog, hun latere verblijf in Hattem en de eindeloze vakanties te Bad-Aussee en Santa Margarita Ligure.

    ‘Boven gezeten en thee gedronken’ verscheen in 1986 als derde deel in de serie ‘herinnering’.

    10,00 In winkelmand
  • De graven van Aldenburg Bentinck en Waldeck-Limpurg

    De graven van Aldenburg Bentinck namen in Nederland een bijzondere positie in omdat zij, zeker na 1845 behoorden tot de ‘Hohen Adel’. Zij waren opgenomen in de tweede afdeling van de Almanach de Gotha, waren ‘ebenbürtig’ aan andere vorstenhuizen en konden derhalve huwelijken sluiten met prinsen en prinsessen van den bloede. Het hoofd van de familie voerde de titel Durchlaucht en de leden waren onderworpen aan een eigen ‘Hausgesetzt’.

    Graaf van Aldenburg Bentinck en Waldeck-Limpurg voerde in Nederland een vorstelijke staat met een ‘paleis’ aan het Lange Voorhout (13) in Den Haag, landgoederen als Middachten en Weldam naast een ‘Standesherrschaft’ in Gaildorf. Dit alles maakte hen bijzonder, zeer tegen de zin van koning Willem III die vond dat er in Den Haag maar één paleis was: het zijne en tegen de zin van koningin Wilhelmina die naar ontvangsten bij de Bentinck’s haar hofmaarschalk zond als haar vertegenwoordiger en hem even zo lang rondjes liet rijden tot hij zeker was dat graaf en gravin Bentinck ‘binnen’ waren en hij als laatste – en belangrijkste ! – zijn entrée kon maken….Een boeiend gegeven is het uitgestrekte familiebezit. Gedurende vele jaren zijn tenminste vier grote landgoederen: Middachten, Weldam, Amerongen en Zuylestein in het bezit van één familie geweest. Met het overlijden van I.A. gravin zu Ortenburg- gravin van Aldenburg Bentinck in 2013 kwam er definitief een einde aan dat gegeven.

    Inhoud:
    Inleiding

    Stamtafels: Van Aldenburg Bentinck, algemeen, de Gelderse voorouders, verbintenis met het Emgelse koningshuis.
    1. Hans Willem Bentinck: 1.1: inleiding, 1.2: drie vrienden van de koning-stadhouder, 1.3. verwantschap van de koning-stadhouder met de nazaten van zijn vele vrienden; 1.4: Hans Willem Bentinck, voorvader van vele Engelse adellijke families.
    2. Willem Bentinck en Charlotte Sophie van Aldenburg: 2.1: Willem Bentinck, heer van Rhoon, Pendrecht en Terrington; 2.2: Charlotte Sophie van Aldenburg en haar strijd om de Doorwerth; 2.3: Het Bentinck-huis aan het Lange Voorhout no.7; 2.4: twee huwelijken Van Aldenburg Bentinck- van Tuyll van Serooskerken; 2.5: familierelaties Van Aldenburg Bentinck, Van Tuyll van Serooskerken-Van Reede; 2.6: een familie van Engelse admiraals; 2.7: stamtafel van de in 1938 uitgestorven Engelse tak; 2.8: stamtafel graaf Christiaan Frederik Antoon.
    3. Tegen Napoleon, graaf Willem Gustaaf Frederik: 3.1: inleiding; 3.2: nakomelingen; 3.3.famlieminiaturen
    4. Bentinck in West-Indië.
    5. Graaf Jean Charles en Lady Jemima: 5.1: inleiding; 5.2: het regiment Bentinck
    6. graaf Willem Frederik Christiaan
    7. graaf Hendrik Willem Johan
    8. Bentinck tegen Bentinck: 8.1: graaf Carel Anton Ferdinand, inleiding; 8.2: bestorming van de burcht Kniphausen.
    9. familie van Reede-Athlone: 9.1: overzicht eerste vijf graven van Athlone; 9.2: de laatste graven van Athlone, inleiding; 9.3: de zesde graaf van Athlone; 9.4: de zevende graaf van Athlone; 9.5: de achtste graaf van Athlone; 9.6: de negende en laatste graaf van Athlone; 9.7: lady Christine van Reede; 9.8: lady Mary van Reede; 9.9: lady Elisabeth Child-Villiers-van Reede.
    10. graaf Carel Anton Fedrinand en gravin Caroline Mechtild: 10.1: 1846: huwelijk; 10.2: zu Waldeck und Pyrmont; 10.3: von Pückler-Limpurg; 10.4: Middachten rond 1850; 10.5: Ds.Craandijk bezoekt Middachten, 1882; 10.6: verzameling pastelportretten door H.Siebert; 10.7: bezoek koningin Wilhelmina en koningin Emma aan Middachten, 1895.
    11. graaf Henry Charles Adolphus Frederick William: 11.1: inleiding; 11.2: drie huwelijken Van Heeckeren- Van Aldenburg Bentinck.
    12. Weldam, Middachten en graaf Willem Carel Philip Otto: 12.1: inleiding; 12.2: Weldam; 12.3: Middachten
    13. Zuylestein en graaf Carel Reinhard Adalbert
    14. Amerongen en graaf Godard John George Charles
    Bronnen
    Godard John George Charles graaf van Aldenburg Bentinck, heer van Amerongen, Leersum, Zuylestein, Ginkel, Elst, Lievendaal en Eck en Wiel. 1857-1940. Doek door L.Horovitz, 1909. Kasteel Amerongen.

    10,00 In winkelmand
  • De Koningsvleugel

    Geschiedenis van de particuliere appartementen in het Paleis Noordeinde

    De uitgestrekte zuidwestelijke achtervleugel van het paleis Noordeinde te ’s-Gravenhage wordt ook wel ‘koningsvleugel’ genoemd, omdat zich in dit gedeelte van het paleis de privé- vertrekken van de koninklijke familie bevonden. Met enige onderbrekingen hadden onze vorsten en vorstinnen – koning Willem I en koningin Wilhelmina, koning Willem III en koningin Sophie, koningin Emma, koningin Wilhelmina en prins Hendrik en tenslotte prinses Juliana en prins Bernhard – hier van 1817 tot 1940 hun salons, zitkamers, slaapkamers en badkamers. Gedurende de wintermaanden speelde zich hier het persoonlijke leven van de vorsten af; ’s zomers verbleven zij elders.

    Iedere bewoner richtte zijn of haar kamers opnieuw in, naar eigen of eigentijdse smaak. René Cleverens beschrijft, kamer voor kamer, de veranderingen die aangebracht werden en maakt ze zichtbar met behulp van plattegronden en niet-eerder gepubliceerd beeldmateriaal. Cleverens beperkt zich niet tot het meubilair, maar behandelt ook de schoorsteenmantels, plafonds, kamerbetimmeringen, wandbespanningen, gordijnen en tapijten. Zo wordt een goed beeld geschetst van de toenmalige, en deels huidige, inrichting van de koningsvleugel en van de manier waarop de vorsten met de beschikbare ‘middelen’ omgingen.

    176 pagina’s, 129 illustraties waarvan 53 in kleur.

    Verkrijgbaar via de boekhandel of via Uitgeverij Verloren, Hilversum.

  • De Oranje erfopvolging rond de eeuwwisseling…

    Van troonpretendenten en huwelijkskandidaten, 1898-1909

    Een buitengewoon kritieke periode voor de erfopvolging was het jaar 1902, toen wegens een besmettelijke ziekte voor het leven van de koningin werd gevreesd. Door een aantal miskramen bleef een opvolger in de rechte lijn lang uit en zo was hier sedert 1897 een aantal Duitse vorsten directe troonopvolger, mocht koningin Wilhelmina kinderloos overlijden. Zij waren de afstammelingen van groothertogin Sophie van Saksen-Weimar, zuster van koning Willem III. Eerste rechthebbende was Sophie’s kleinzoon, groothertog Wilhel Ernst van Saksen-Weimar. Onze grondwet bepaalde echter dat de koning naast de Nederlandse en Luxemburgse geen vreemde kroon dragen mocht. Men vermoedde dat de groothertog zijn geliefde Weimar nooit zou willen verlaten en zo kwam na hem zijn tante Marie Alexandrine, gehuwd met prins Heinrich VII Reuss. Het is de vraag of deze prinses de Nederlandse kroon ooit aanvaard zou hebben. Vermoedelijk had zij er weinig zin in gezien haar uitspraak ‘I dropped the Princess’. Waarschijnlijk zou zij haar rechten hebben afgestaan aan een van haar zonen, de prinsen Heinrich XXXII of Heinrich XXXIII Reuss.

    Tot aan de geboorte van prinses Juliana, 30 april 1909 waren zij in praktische zin de onmiddellijke troonopvolgers. De oudste en meest gerechtigde was klein, dik en traag en vrijwel niemand in Nederland, het Koninklijk Huis voorop, zag het met hem zitten. Zijn broer daarentegen, prins Heinrich XXXIII Reuss, was in alles zijn tegenpool: hij zag er goed uit, was gepromoveerd in de wijsbegeerte en een echte ‘prince-charming’. In februari 1908 werd hij in Nederland officieel ontvangen. Toch bleef men over het algemeen sceptisch ten opzichte van zijn kandidatuur. De meeste Nederlanders wilden wel een Oranje maar geen onbekende Duitse of ‘vreemde’ prins op de troon. Daarvoor was men hier niet monarchaal genoeg, wel ‘Orangistisch’… het was ‘Oranje of niets’.

    Het zeer rijk geïllustreerde boek bevat 132 pagina’s, vele kaders, uitvouwbladen in kleur, stamtafels en een register op personen.

    Inleiding en historisch overzicht

    1. de erfopvolging
    2. huwelijkskandidaten
    Het Huis Mecklenburg-Schwerin
    Het Huis Schwarzburg-Rudolstadt
    3. de hertog
    4. de verwachting
    De appartementen van prins Hendrik in het paleis Noordeinde ( vouwbladen in kleur )
    5. de erfopvolgers
    6. erfopvolgers uit het Huis Saksen-Weimar-Eisenach
    7. erfopvolgers uit het Huis Reuss

    8. prinses Marie Alexandrine van Saksen-Weimar, prinses Heinrich VII Reuss
    Trebschen
    9. prins Heinrich XXXII Reuss
    10. prins Heinrich XXXIII Reuss
    Aanrijding van het koninklijk rijtuig
    11. Fürst zu Wied
    Bezoek van Z.M. de koning van Württemberg
    1904: perikelen rond een nieuwe troonzetel

    Bijlage: Het Huis van Oranje-Nassau, 19de eeuw

    Noten

    Bronnen en geraadpleegde literatuur

    Uitgave: 1997, 132 pagina’s, geill

    10,00 In winkelmand
  • Herinnering aan mevrouw van Loon-Egidius

    Dame du palais van koningin Wilhelmina voor Amsterdam.

    Thora Nanna van Loon-Egidius werd in 1896 benoemd tot dame du palais van koningin Wilhelmina voor de stad Amsterdam. Zij was een dochter van de Noorse consul en trad in 1884 in het huwelijk met de bankier Willem Hendrik van Loon. Als dame du palais werd zij voorgedragen door haar illustere voorgangster en tante, mevrouw Insinger-van Loon, dame du palais van koningin Emma, zie ‘Rose Villa’.

    Mevrouw van Loon-Egidius (1865-1945) liet een kostelijk dagboek na over de dagen rond haar benoeming, de inhuldiging, verloving en huwelijk van koningin Wilhelmina tot aan de geboorte van prinses Juliana. Dit dagboek is integraal in deze uitgave opgenomen.

    Naast de integrale tekst van het dagboek bevat het boekje enkele hoofdstukken over de families van Loon en Egidius alsmede een laatste hoofdstuk over de tragische teloorgang van haar eens zo fameuze hofcarrière.

    10,00 In winkelmand
  • Het geslacht van Heeckeren

    Het boek behandelt twee vooraanstaande takken van de zeer omvangrijke familie van Heeckeren, een van de oudste en aanzienlijkste adellijke geslachten van ons land. Naast de vele hoffuncties en hoge posities zowel in het provinciale als in het landsbestuur die de leden van deze tak gedurende vele eeuwen mochten bekleden, voerde het echtpaar van Heeckeren- van Pabst een bewuste en weldoordachte grond-en erflaterspolitiek. Zo waren voor lange tijd  de landgoederen Ruurlo, Bingerden, Twickel, Dieren, De Wiersse en Rhederoord in het bezit van nazaten van dit echtpaar, waardoor was hun talrijk kroost en nakomelingen voor vele generaties verzekerd was van een comfortabel bestaan als ‘gentlemen in leisure’.

    Inhoud:
    Ten geleide 
    Van Heeckeren algemeen
    Van Heeckeren van Kell, geregelde stamreeks sedert 1420

     1.  Van Heeckeren-van Lynden

    2.  Van Heeckeren-van Laer; 2.1 inleiding, 2.2. Van Laer, 2.3. verwantschap Ruurlo-Keppel

    3.  Van Heeckeren van Wassenaer (I): 3.1 inleiding, 3.2  gemeenschappelijke voorouder Van Heeckeren-van Wassenaer Obdam via Johanna Juliana van Wassenaer-Starrenburg. 3.3  de hofhouding van prins Willem V in ballingschap.

    4.  Van Wassenaer-Van Heeckeren: 4.1 inleiding, 4.2  brieven prinses Anna Paulowna aan S.W. gravin van Wassenaer, 4.3  brieven S.W.gravin van Wassenaer aan prinses Anna Paulowna, 4.4  relaties Romanow- Oranje-Nassau, 4.5  Van Heeckeren van Kell, 18de-19de eeuw, 4.6  Van Heeckeren van Kell 19de-20ste eeuw.

    5.  Van Heeckeren-van Pabst;: 5.1  inleiding, 5.2  1843: Bingerden gaat over naar de familie Van Heeckeren van Kell, 5.3  Van Pabst van Bingerden, 19de eeuw, 5.4  verwantschap Ruurlo-Rechteren via Van Pabst van Bingerden.

    6.  Van Heeckeren van Wassenaer (II): 6.1  inleiding, 6.2  bezoek M.C. barones van Heeckeren van Wassenaer aan  koningin-weduwe Anna Paulowna te Biljoen, 7 maart 1850, 6.3  brieven J.D.C. baron van Heeckeren van Wassenaer aan zijn zuster Agatha, 6.4  Nettelhorst, 6.5  Borculo,  6.6 Lange Voorhout no.13, 6.7  Van Heeckeren van Wassenaer, stamtafel.

    7.  Van Heeckeren- Sloet:  7.1  inleiding, 7.2  1869: bezoek familie van Heeckeren van Kell ( Ruurlo) aan familie van Heeckeren van Wassenaer (Twickel), 7.3  het hof van prins Frederik, 7.4  1852: correspondentie rond het portret van I.A. barones van Heeckeren van Wassenaer-Sloet van Toutenburg door Nicaise de Keyser, 7.5  brieven I.A. barones van Heeckeren van Wassenaer-Sloet van Toutenburg aan haar zoon George, 7.6  brieven  jkvr. M.C. barones van Heeckeren van Wassenaer (Marie) aan haar vader, 7.7  idem aan haar moeder, 7.8  brieven Mr. C.G.U.W. baron van Heeckeren van Wassenaer aan zijn moeder.

    8.  Mr. Willem baron van Heeckeren van Kell: 8.1  inleidng, periode 1, 1815-1868, 8.2  periode 2, 1868-1879,  8.3  periode 3, 1879-1914,  8.4  Sophia Wilhelmina barones van Heeckeren van Kell, 1807-1895,  8.5  1878: jkvr. S.W. barones van Heeckeren van Kell, aspirant-hofdame voor koningin Emma,  8.6  correspondentie i.v.m. het aanstaande huwelijk van prins Hendrik, 8.7  1884: aanleg spoorweg Ruurlo-Doetinchem, 8.8  twee maanden uit het leven van een Gelderse landedelman (1904), 8.9  Taets van Amerongen van Renswoude, 8.10  Van Limburg Stirum, 8.11  Van Heeckeren van Kell, 19de-20ste eeuw.

    9.  Sara Agatha, Johanna Mauritia en Jacoba Louise, vrouwen van De Wiersse:  9.1  inleiding, 9.2  Van Limburg Stirum, 9.3  Van Heeckeren van Kell-van Limburg Stirum-Brantsen.

    10.  Van Heeckeren van Kell-Van Hangest d’Yvoy:  10.1  inleiding, 10.2  Van Heeckeren van Kell, 20ste eeuw, 10.3  Van Hangest d’Yvoy.

    11.  Mr. Alexander baron van Heeckeren van Kell:  11.1  inleiding, 11.2  Rhederoord.

     

    Bronnen
    Register op personen.

    10,00 In winkelmand
  • Het huis Twickel en zijn bewoners

    Een adellijke familiegeschiedenis

    ‘Het huis Twickel en zijn bewoners’ was het eerste echte ‘boek’ dat over Twickel verscheen. De laatst bewoner, M.A.M.A. barones van Heeckeren van Wassenaer-gravin van Aldenburg Bentinck was in 1975 overleden, huis en landgoed waren al decennia daarvoor in een stichting overgegaan. Toen dit boek werd samengesteld was ‘de barones’ dus nog maar enige jaren daarvoor overleden en hadden nog maar heel weinig buitenstaanders toegang tot het huis verkregen. Een van die gelukkigen was René Cleverens, de auteur van dit boek. Hij stelde het boek samen vanuit de kennis die hij al had binnen de families Van Heeckeren en Van Aldenburg Bentinck. Het huisarchief Twickel was nog niet toegankelijk, het werd in die jaren te Zwolle geïnventariseerd. Men wist daar te vertellen dat van het 19de eeuwse deel helaas weinig was overgebleven. Achteraf bleek dat reuze mee te vallen. Gelukkig vond de auteur enige tijd later op een naburig landgoed een klein deel van het 19de eeuwse familieleven terug in de vorm van  de laatste brieven van Maria Cornelia, Cornelie, barones van Heeckeren-van Wassenaer (1799-1850)  die de bron werden van deze 19de-20ste eeuwse familiegeschiedenis. Daar komen nog bij de 244 foto’s, het merendeel uit de privé fotoalbums van barones van Heeckeren en het archief van de auteur. De oorspronkelijke opzet was een soort van fotoalbum met handgeschreven teksten. Het was bij de uitvoering echter een onmogelijke zaak het op die manier af te drukken zodat men genoodzaakt was het oorspronkelijke idee om te zetten in een kolommentekst die de vele foto’s als het ware ‘omspoelt’.

    Oorspronkelijke uitgave: Boekhandel De Bruyn-Oldenzaal, in samenwerking met Repro-Holland B.V. Alphen aan den Rijn, 1981, 124 pagina’s incl. personenregister.

    twickel

    10,00 In winkelmand
  • Kasteel Heeswijk

    Het 200 pagina’s tellende boek bevat de turbulente en bizarre geschiedenis van het kasteel Heeswijk, het geslacht van den Bogaerde van Terbrugge dat het huis ruim 140 jaar onafgebroken in bezit had, en diverse aanverwante families. Het boek bevat meer dan 150 illustratie’s waarvan enkele in kleur en vele stamtafels. In dit boek vangt de geschiedenis aan bij André Jean Louis baron van den Bogaerde, gouverneur des konings in Noord-Brabant die het kasteel in 1835 aankocht. Volgt de moeizame verhouding met zijn drie zonen waarvan de oudste een notoire bedrieger en schuldenmaker was en de beide jongste fanatieke verzamelaars van antiquiteiten en oudheden, een vermaarde collectie die resulteerde in het ‘Museum Van den Bogaerde’ en uiteindelijk als gevolg van het bizarre testament van de jongste, jhr. Alberic van den Bogaerde, onder de  hamer eindigde. Het testament hield onder meer in dat de beide huizen, Heeswijk en Nemelaer onbewoond moesten blijven tot dat de jongste de erfgenamen de 80-jarig leeftijd zou hebben bereikt. Dat gebeurde op 3 december 1863. Gedurende 68 jaar, van 1895 tot 1963 hadden de onroerende goederen onder bewind gestaan. De oudste der erfgenamen, baron Guillaume van den Bogaerde van Terbrugge en diens echtgenote hadden zich al begin jaren ’50 met toestemming van de bewindvoerder gevestigd in de gerestaureerde bijgebouwen. Baron van den Bogaerde was trots op zijn moeders naam De Looz-Corswarem. Via haar stamde hij af van dit illustere vorstelijke huis en van Manuel Godoy, prins van de Vrede. Na het overlijden van de 6de hertog de Looz-Corswarem maakte hij aanspraak op de titels prins van Rheina-Wolbeck en Romeins Prins. Hij werd daarin nooit officieel erkend. Met adopties en huwelijken speelde hij een ragfijn spel. Door zijn adoptiefdochter Marie Louise van den Bogaerde te bewegen tot een huwelijk met een verre neef, prince René de Looz-Corswarem wist hij de naam van zijn moeder’s familie uiteindelijk weer te verenigen met de zijne.

     

    INHOUD:

    Inleiding

    De weg in dit boek

    Oudste geschiedenis en geregelde stamreeks sedert 1448

    Van den Bogaerde van Terbrugge, 19de-20ste eeuw

    1.  André Jean Louis:  1.1  Inleiding, 1.2  De Tiendaagse Veldtocht en de afscheiding van België 1.3  brieven van Willem (II) prins van Oranje aan baron van den Bogaerde,  1.4:  verkoop kasteel Heeswijk door jhr Mr. Helenus Marinus Speelman Wobma aan André Jean Louis baron van den Bogaerde van Terbrugge, 1835, 1.5  1842: eervol ontslag als gouverneur en benoeming tot opperschenker des konings,  1.6  baron van den Bogaerde als kunstverzamelaar,  1.7  epiloog 1842-1855.

    2.  Amedée André Robert:  2.1  inleiding,  2.2  huwelijk en geboorte van de tweeling,  2.3  ontslag, financiele neergang en laatste episode.

    3.  Louis Marie Chrétien: 3.1  inleiding en admissie tot de Souvereine en Militaire Orde van Malta,  3.2  jacht,  3.3  de verbouwing van kasteel Heeswijk  1871-1877,  3.4  collectie Heeswijk,  3.5  epiloog.

    4.  Donas Theodore Albéric:  4.1  inleiding,  4.2  Nemerlaer 1852-1895,  4.3  laatste episode 1890-1895,  4.4  het testament van 12 maart 1891.

    5.  Henri en Guillaume:  5.1  inleiding,  5.2  Zuid Afrika,  5.3  het proces,  5.4  de veilingen,  5.5  prinses Manuela de Looz-Corswarem.

    6.  de Looz-Corswarem:  6.1  inleiding,  6.2  afstamming van Frans I graaf van Corswarem en Antoinette van Gulpen,  6.3  hertog Willem Josef de Looz-Corswarem, 1ste prins van Rheina-Wolbeck,  6.4  de Looz-Corswarem, 19de en 20ste eeuw, 6.5  Josef Arnold, 4de hertog de Corswarem-Looz, 2de prins van Rheina-Wolbeck, 6.6  Charles Louis, Charles Francois Napoleon en Charles Leopold, resp. 5de, 6de en 7de hertog de Looz-Corswarem,  6.7  Charles Emmanuel, 8ste hertog de Looz-Corswarem, 6de prins van Rheine-Wolbeck,  6.8  erfopvolging in het prinsdom Rheina-Wolbeck,  6.9  opvatting baron van den Bogaerde van Terbrugge betreffende de overgang van de titel prins van Rheina-Wolbeck.

    7.  Godoy de Bassano:  7.1  Manuel Godoy, prins van de Vrede,  7.2  Godoy de Bassano,  7.3  over de bezittingen, de erfopvolging en de rehabilitatie van de prins van de Vrede,  7.4  overgang van de titel Romeins prins ( Prince Romain)  op baron van den Bogaerde van Terbrugge.

    8.  Guillaume Charles Othon Alexandre Manuel Henri Joseph Marie Ghislain:  8.1  biografie,  8.2  baron van den Bogaerde ontvangt de pers,  8.3  adopties Van den Bogaerde en de Looz-Corswarem,  8.4  restauratie kasteel Heeswijk.

    barones

    Albertine R.A.H.M.O. barones van den Bogaerde van Terbrugge- barones van Heeckeren van Kell, 1899-1994. Doek door P. van de Molengraft, 1979.

    Kasteel Heeswijk, Litho door C.W.Mieling, 1840.

    Kasteel Heeswijk, Litho door C.W.Mieling, 1840.

    Uitgave: 1991, 200 pagina’s, 152 illustratie, register op personen.

    10,00 In winkelmand
  • Maria van Pruisen

    Prinses Maria van Pruisen was de oudste dochter van prins Friedrich Karl, veldmaarschalk en ‘bedwinger van Metz’ (1870) , ook wel genoemd ‘de rode prins’. Op 23-jarige leeftijd werd zij door tussenkomst van de Duitse keizerin Augusta uitgehuwelijkt aan de 35 jaar oudere prins Hendrik der Nederlanden, genaamd ‘de zeevaarder’, jongste broer van koning Willem III.  Het huwelijk heeft nog geen vijf maanden geduurd. De prins overleed op 13 januari 1879 te Walferdange in Luxemburg aan de gevolgen van mazelen. Nog ruim zes jaar heeft de prinses haar eigen hof aangehouden , ’s winters in het paleis aan het Lange Voorhout en ’s zomers in het paleis Soestdijk. Dit kleine hof werd in Haagsche kringen zeer gewaardeerd. Op Soestdijk verkreeg prinses Marie een recht van vruchtgebruik dat eind 1882 weer moest worden afgekocht toen Willem III Soestdijk in volle eigendom wilde aanvaarden. In ruil daarvoor ontving zij ondermeer levenslang een weduwegeld.

    6 mei 1885 trad zij in het huwelijk met prins Albert van Saksen-Altenburg, prins uit een onbeduidende nevenlinie van een klein Thürings vorstenhuis. Zij vestigden zich op Albrechtsberg nabij Dresden. Hier zijn hun twee dochters geboren en hebben zij gelukkige jaren gekend. Kort na de geboorte van de jongste dochter overleed prinses Maria 20 juni 1888, nog geen 33 jaar oud. Het kind werd gedoopt naast de open kist van de moeder. De tragiek zet zich voort in de levens van de beide dochters Olga en Maria. Olga huwde het naziekopstuk Pückler-Burghaus. Hij was gedurende de Tweede Wereldoorlog stadcommandant van Praag. Maria huwde prins Heinrich XXXV Reuss. Uit dit ongelukkige huwelijk werd een dochter geboren, Marie Helene, genaamd Mena, die op 21-jarige leeftijd overleed aan Boulemie. In 1932 nam dochter Maria de naam en titel van prinses van Saksen-Altenburg weer aan en adopteerde zij de jongste zoon van graaf Praschma die later met toestemming van de laatste hertog naam en titel voerde van prins van Saksen-Altenburg, hertog van Saksen. Prins Franz  overleed in 2012.

    Het boek bevat 194 pagina’s en 112 illustraties en de navolgende inhoud:

    Het vorstelijk Huis van Pruisen
    Het Huis van prins Carl, stamtafels

    1.1  jeugd
    1.2  het Marmorpalais
    1.3  prins Friedrich Karl van Pruisen, de rode prins
    1.4  Dreilinden
    1.5  jachtslot Glienicke
    1.6  Klein Glienicke
    1.7  prins Friedrich Karl in Berlijn, ‘Prinz Friedrich Karl Wohnung’
    2     huwelijk
    2.1  prins Hendrik der Nederlanden, bijgenaamd ‘de zeevaarder’
    2.2  het hof van prins en prinses Hendrik
    2.3  paleis Lange Voorhout in de tijd van prins Hendrik
    3     overlijden prins Hendrik
    4     prinses-douairière prins Hendrik der Nederlanden
    5     paleis Soestdijk onder het vruchtgebruik van prinses Hendrik
    6     tweede huwelijk
    7     Albrechtsberg
    8     epiloog

    Bronnen en geraadpleegde literatuur.

    Het boek kan besteld worden door  E. 49,50 ( incl. verzendkosten ) over te maken op NL50INGB0000585970 onder vermelding van naam en adres.

    Het boek zal u vervolgens zo spoedig mogelijk na 1 mei 2014 en zo mogelijk eerder worden toegezonden.

    Oplage: 500

    maria_van_pruisen

    Prins Hendrik en prinses Marie, foto door Th.Prümm, Berlijn 1878. 

  • Niet verder dan ons Huis…

    De Koninklijke Hofhouding,
    Het dagelijks leven in de paleizen Noordeinde en Het Loo
    1870-1918

    De titel is ontleend aan een regelmatig terugkerende uitspraak van jkvr. Henriëtte van de Poll, hofdame van koningin Emma. Het boek ‘Niet verder dan ons Huis’ bestaat uit twee delen, het eerste deel bevat een bloemlezing uit de brieven van Henriëtte van de Poll aan haar moeder aangaande haar belevenissen aan het hof, periode 1880-1901, het tweede deel bevat 62 biografieën van leden van de hofhouding die werkzaam waren aan de hoven van koning Willem III, koningin-regentes Emma en koningin Wilhelmina, over de periode 1870-1918. Deze biografieën worden ondersteund door vele inleidingen, uitgebreide stamtafels en diverse nevenkaders.  Het werk bevat een schat aan illustraties waarvan verscheidene paginagroot en in kleur.

    INHOUD:
    ‘Niet verder dan ons Huis’, bloemlezing uit de correspondentie van jkvr. F.L.H. van de Poll aan haar moeder

    I. Het Huis des Konings 1870-1890
    A. grootofficieren
    a. charges
    B. het Militaire Huis

    II. Het Huis van H.M. de Koningin-Regentes, 1890-1898
    A. grootofficieren
    a. charges
    B. het Militaire Huis
    C. dames du palais
    D. hofdames

    III. Het Huis van H.M. de Koningin, 1898-1918
    A. grootofficieren
    a. charges
    B..het Militaire Huis
    a. adjudanten
    b. ordonnansofficieren
    C. dames du palais
    D. hofdames

    IV. Het Huis van H.M. de Koningin-Moeder, 1901-1918.

    Biografieën:

    1. graaf R.J. Schimmelpenninc, grootmeester
    2. H.W.van Aylva baron van Pallandt, opperkamerheer
    3. O. baron van Wassenaer van Catwijck, opperstalmeester
    4. L.G.A. graaf van Limburg Stirum, opperjagermeester
    5. W.A.J. baron Schimmelpenninck van der Oye, grootmeester
    6. G. graaf van der Duyn, opperschenker
    7. F.R.H.R. baron Fagel, opperhofmaarschalk
    8. W.C. baron Snouckaert van Schauburg, hofmaarschalk, kamerheer
    ceremoniemeester, thesaurier, grootofficier
    9. jhr. L. van  Bronkhorst, kamerheer-ceremoniemeester
    10. A.I.M.C. baron de Posson, eerste-stalmeester
    11. jhr. J.H. van Capellen, chef Militaire Huis
    12. jhr. G.M. Verspyck, adjudant-generaal
    13. H.J. baron Taets van Amerongen, chef d.d. Militaire Huis
    14. A.C. baron Bentinck, adjudant en eerste-stalmeester
    15. G.J. baron van Heemstra, adjudant en tweede-stalmeester
    15a. jhr. W.L. van Spengler, adjudant
    16. J.C.E. graaf van Lynden, grootmeester
    17. J.E.H. baron van Nagell van Ampsen, opperstalmeester
    18. M.W. baron du Tour van Bellinchave, opperceremoniemeester
    19. J.D.C.C.W. baron de Constant Rebecque,  hofmaarschalk,
    20. L. barones van Hogendorp-gravin van Limburg Stirum, grootmeesteres
    21. W.E. Ch. Gravin van Lynden van Sandenburg- barones van Boetzelaer, dame du palais, wnd. Grootmeesteres
    22.  S.C.W. Hartsen-van Lennep, dame du palais
    23. C.M. barones Schimmelpenninck van der Oye-Steengracht, dame du palais
    24. S.F. gravin Dumonceau-burggravin de Forestier, dame du palais
    25. H.A. Insinger-van Loon, dame du palais
    26. S. barones van Nagell van Ampsen, dame du palais
    27. A.C.H. barones van Goltstein van Oldenaller-Boreel, dame du palais
    28. P.A. van Lennep-Deutz van Assendelft, dame du palais
    29. J.E.N. baron Sirtema van Grovestins, grootmeester
    30. K.J.G. baron van Hardenbroek van ’s Heeraartsberg en Bergambacht, opperkamerheer
    31. J.W. baron van Pallandt van Oud Beijerland, opperjagermeester
    32. A.J.C. baron van Pallandt-Neerijnen, opperceremoniemeester
    33. C.A. baron Bentinck, opperstalmeester
    34. F.S.K.J. graaf van Randwijck, kamerheer-ceremoniemeester
    35. H.A. baron Clifford, hofmaarschalk
    36. C.H.F. graaf Dumonceau, chef Militaire Huis
    37. jhr W.F.H van de Poll, adjudant en opperschenker
    38. jhr W.J.P. van den Bosch, adjudant en eerste-kamerheer
    39. E.F.Ch.A.J. baron van Tuyll van Serooskerken, sous-chef Militaire Huis
    40. jhr A.S.E. van Tets, adjudant
    41.  J.H.F. graaf Dumonceau, ordonnansofficier, adjudant, opperceremoniemeester en grootmeester
    42. jhr C.L. van Suchtelen van de Haare, ordonnansofficier, adjudant en grootofficier
    43. F.W.J. Loudon, ordonnansofficier en jagermeester
    44. jhr R.H.S.G. Six, ordonnansofficier
    45. graaf R.J. Schimmelpenninck, ordonnansofficier en adjudant
    46. G.E.J. barones van Hardenbroek van ’s Heeraartsberg en Bergambacht- gravin van Limburg Stirum, grootmeesteres
    47. Th. N. van Loon-Egidius, dame du palais
    48. A.J.H. barones van Knobelsdorff-barones van Pallandt, dame du palais
    49. A.H. Groeninx van Zoelen-van de Poll, dame du  palais
    50. C. barones van Wassenaer van Catwijck-barones van Boetzelaer, dame du  palais
    51. H.M.S. van Tets- barones Schimmelpenninck van der Oye, dame du palais
    52. jkvr. A.J. Juckema van Burmania barones Rengers, hofdame
    53. jkvr. C.E.B. Sloet van Marxveld, hofdame
    54. jkvr. C.A.A.A.E. gravin Dumonceau, hofdame
    55. jkvr. A.M. Snoeck, hofdame
    56. jkrv. I.J.F. barones de Constant Rebecque, hofdame
    57. jkvr. A.W.A. gravin van Limburg Stirum, hofdame
    58. jhr S.M.S. de Ranitz, intendant en grootmeester
    59. jhr. R.E. van Weede, hofmaarschalk tevens stalmeester
    60. jhr G.J. van Tets, kamerheer
    61. jkvr. E.G. barones van Ittersum, hofdame
    62. jkvr. F.L.H. van de Poll, hofdame.

    Uitgave: 1994, 280 pagina’s, geill., noten, bronnen en geraadpleegde litteratuur.

    10,00 In winkelmand
  • Om reden van discretie….

    Herinnering aan C. barones van Wassenaer van Catwijck – barones van Boetzelaer, dame du palais van koningin Wilhelmina

    ‘Om reden van discretie’ is een integrale weergave van de dagboeken van Cornelie, ‘Cock’  barones van Wassenaer van Catwijck – van Boetzelaer, van 1899 tot aan haar overlijden in 1916 dame du palais van koningin Wilhelmina. Zij verhaalt uitgebreid over de verloving en het huwelijk van de koningin, het hofleven, de vele diners, ontvangsten, thé-dansants, cercles maar ook de meer intieme verblijven op Het Loo en de eenvoudige omgang aldaar met de koningin. De dagboeken eindigen in 1915, het tweede jaar van de wereldoorlog, …’Mevrouw, wij staan pas aan het begin!’. ( Koningin Wilhelmina tot mevrouw van Wassenaer).

    Naast de dagboekteksten bevat het boekje een inleiding over de Boetzelaers, een hoofdstuk over haar tante gravin van Lynden van Sandenburg- van Boetzelaer, eveneens dame du palais en waarnemende grootmeesteres van koningin Emma en een laatste, tragisch hoofdstuk over de verdrinkingsdood van haar oudste zoon Otto samen met diens neef Philip Jacob baron van Heemstra op het Apeldoorns kanaal nabij Hattem, 20 juli 1908. Cock van Wassenaer is het overlijden van haar zoon nooit te boven gekomen en overleed op 48-jarige leeftijd te Arnhem,16 juli 1916.

    10,00 In winkelmand
  • Paleis Lange Voorhout

    Paleis Lange Voorhout is thans ‘kunstpaleis’ en dependance van het Haags Gemeentemuseum. Het in het hart van Den Haag gelegen paleis heeft echter luisterrijker dagen gekend. Eens was het het winterverblijf van koningin-moeder Emma en prinses Wilhelmina en het werkpaleis van koningin Juliana; koningin Beatrix ontving er formateurs en fractievoorzitters.

    De bekende vorstenhuisdeskundige René Cleverens beschrijft niet alleen de complete bouwgeschiedenis van dit vrij onbekend gebleven paleis, maar roept vooral ook middels brieven, ooggetuigenverslagen en anekdotes de sfeer op die er aan het Lange Voorhout heerste ten tijde van de illustere bewoners. Vooral koningin-moeder Emma, die het gebouw in 1896 gekocht had, heeft een stempel op de geschiedenis van het paleis gedrukt. Hoe Paleis Lange Voorhout eruit zag tijdens feestelijkheden maar ook ten tijde van rouw – zowel koningin-moeder Emma als haar dochter Wilhelmina lagen na hun dood in de hal van het paleis opgebaard – wordt aanschouwelijk gemaakt door middel van fraaie foto’s en boeiende tekst. Vertrekken die nu het decor vormen voor voornamelijk eigentijdse kunst, worden in hun oorspronkelijke ambiance getoond en beschreven. Zo wordt de afwisselende geschiedenis van Paleis Lange Voorhout en daarmee een stuk unieke Oranjehistorie aan de vergetelheid ontrukt.

    Prinses Juliana verlaat het paleis Voorhout na en felicitatiebezoek aan de koningin-moeder.

    Oorspronkelijke uitgave: De Bataafsche Leeuw, 1994.

    144 pagina’s,  154 illustraties waarvan 42 in kleur.

    20,00 In winkelmand
  • Rose Villa

    Herinnering aan mevrouw H.A  Insinger-van Loon, dame du palais van koningin Emma voor Amsterdam.

    Rose Villa was destijds het buitenverblijf van de familie Insinger te Driebergen en bestaat niet meer. Hetzelfde lot onderging De Wildbaan, een buiten eveneens te Driebergen dat door mevrouw Insinger van 1889 tot aan haar overlijden in 1902 werd gehuurd. Heel erg moeilijk was het om alle gegevens te achterhalen van iemand die in 1902 kinderloos overleed. Uitgangspunt waren haar dagboeken die berusten in het gemeentearchief te Amsterdam, meestal geschreven in het Frans in een uiterst moeilijk leesbaar handschrift. Alle passages betreffende het Hof  liggen hier geheel vertaald voor U. Gekozen is voor een punctuele, bijna letterlijke vertaling en uit historisch oogpunt niet voor de zogenaamde ‘vrije vertaling’ om de minste romantisering te voorkomen. Vandaar dat er soms niet aan te ontkomen viel dat de tekst hier en daar  wat ‘houterig’ overkomt. Mevrouw Insinger gebruikte hoofdletters waar wij hen niet zullen plaatsen en zij plaatste  leestekens waar wij dat niet meer zullen doen. In de vertaling werd haar gebruik gehandhaafd, maar wel werd de hedendaagse spelling aangehouden.

    De dagboeken bestrijken de periode 1884 tot 1900, maar vóór 1887 is er nog geen nieuws van het Hof. Om allerlei hiaten aan te vullen is dankbaar gebruik gemaakt van de cahiers van jhr Maurits van Lennep, zwager van mevrouw Insinger, zodat ‘Rose Villa’ al met al een aardig geheel geworden is.

    10,00 In winkelmand
  • Sire I

    Sire……

    Herinnering aan Z.M. koning Willem III

    ‘Souvenirs’ van C.H.F. graaf Dumonceau, Adjudant en particulier-secretaris van Z.M. koning Willem III

    ‘Sire’ is het eerste deel van een bloemlezing uit de memoires van C.H.F. graaf Dumonceau en bevat delen uit zijn herinneringen waar die aan het hofleven raken of daarop rechtstreeks betrekking hebben. Dumonceau werd in 1849 benoemd tot ordonnansofficier en in 1857 bevorderd tot adjudant. Charles Henri Felix graaf Dumonceau was misschien wel de meest naaste en trouwe dienaar van koning Willem III en in grote lijnen laat hij zich welwillend over de koning uit. Wat niet weg neemt dat hij nergens schroomt oprecht te zijn in zijn kritiek. Evenals zijn vader en langstlevende zoon had hij het voorrecht de leeftijd der zeer sterken te bereiken. Zo kon hij voldoende afstand nemen tot personen en gebeurtenissen. Dumonceau begon met het schrijven van zijn ‘souvenirs’ na zijn 50-jarig huwelijksfeest in het jaar 1904. Hij was toen 77. Door die afstand is de kans op een meer neutrale berichtgeving groter, hoewel hij zich in data nogal eens vergist. Het zij hem vergeven.

    ‘Sire’ is het eerste deel van de ‘souvenirs’ van C.H.F. graaf Dumonceau en bestrijkt de periode 1827 tot 1877, het jaar van overlijden van koningin Sophie.

    10,00 In winkelmand
  • Sire II

    Sire….. (II)

    Herinnering aan Z.M. koning Willem III en H.M. koningin Emma

    ‘Souvenirs’ van C.H.F. graaf  Dumonceau, adjudant en particulier-secretaris van koning Willem III

    Het tweede deel van de memoires van C.H.F. graaf Dumonceau bestrijkt de roerige periode 1877-1890. Koningin Sophie overleed in 1877 en na haar dood ging de koning een morganatisch avontuur aan met Mlle.d’Ambre, zangeres bij de Franse Opera. Dumonceau beschrijft minutieus de entrée van deze ‘Comtesse d’Ambroise’ en het plotselinge einde van dit vorstelijk avontuur. Vervolgens de koning op vrijersvoeten langs diverse Europese hoven, eindigend in Waldeck waar hij in januari 1879 in het huwelijk trad met prinses Emma van Waldeck-Pyrmont. In juni van datzelfde jaar stierf in Parijs de prins van Oranje en vijf jaar later te ‘s-Gravenhage  diens zonderlinge broer, prins Alexander. Dumonceau beschrijft uitgebreid het laatste onderhoud dat hij met prins Alexander had. Aandoenlijk tenslotte zijn de laatste uren die Dumonceau in stilte doorbracht met de lijdende en stervende Willem III.

    10,00 In winkelmand